Zondag 8 maart 2009,
preek ds. K. van der Werf
God bellen; verwondering
leidt tot geloof
Genesis
1: 1-3 en Marcus 8: 22-26
Wie aan bidden niet genoeg heeft, kan nu ook bellen
met God. Met een speciaal 06-nummer. Dat bericht heeft deze week in
verschillende kranten gestaan. Zelfs grote nieuwszenders als NBC in de
Verenigde Staten toonden belangstelling voor dit initiatief volgens het
krantenberichtje. Het enige wat er niet bij stond dat was het 06-nummer waarop
God te bereiken valt, maar daar moet ik blijkbaar zélf achteraan om dat te
weten te komen. Want ik had geheid gebeld om te weten, wie of wat ik aan de
lijn kreeg. En ook al had dat me vier of vijf euro gekost, omdat ik eerst in
wacht wordt gezet en dan nog met een mooi muziekje te horen krijg dat er nog
twee wachtenden voor me zijn, waardoor de beltijd weer langer wordt en ik dus
ook meer moet betalen… ik had er graag voor over gehad.
Maar
toen ik verder las, bleek dat het niet om 'zomaar' een telefoonnummer ging,
maar dat het om een kunstobject ging. Een kunstobject van Johan van der Donk
uit Grijpskerk. En nu had deze Johan van der Donk zo'n zes jaar geleden ook al
een dergelijke actie bedacht. Toen kon je namelijk een brief aan God sturen.
Daarvoor had hij een postbus gehuurd van TNT-post in de C-1000 van Grijpskerk
en dat postbusnummer, dat was het adres van God. Dus is de conclusie heel
simpel: God woont in Grijpskerk. Postbus 40, en dat getal past mooi bij onze
veertigdagentijd.
Niks
geen gedoe meer, van waar zou God eigenlijk wonen. Niks geen bijbelse
vakantiereizen meer naar Israël en Egypte. Niks geen voettocht meer om met een
gids in alle vroegte een berg te beklimmen in de Sinaď-woestijn omdat Mozes
daar God zou hebben ontmoet. God woont nu in Grijpskerk. En misschien was
Grijpskerk wel de plek waar de hemel en de aarde zijn ontstaan.
Maar
we kunnen nu dus gaan bellen en schrijven om onze geloofsvragen direct aan God
voor te leggen. Moet het nu het geloof zijn of moet het nu de evolutietheorie
zijn? Schrijf een brief aan God, vergeet niet de afzender te vermelden en je
krijgt het antwoord waarschijnlijk wel thuis. En anders dan bel je God gewoon
even op om te vragen hoe het nu zit met alles. Ga je morgen dood of duurt het
nog twintig jaar? Bel maar op en je weet het.
Het
doet me een beetje denken aan brieven die je aan Sinterklaas schrijft.
De
posterijen worden ieder jaar geconfronteerd met brieven waar op staat: Aan
Sinterklaas te Spanje. En die brieven gaan naar een speciaal adres waar
vrijwilligers, niet de brieven beantwoorden, maar wél, als de afzender bekend
is,
een
kaartje terug sturen. Het is een soort service van al heel lang geleden en het
zal waarschijnlijk ook niet meer zo lang duren dat TNT-post die niet meer wil.
Met
als argument dat deze dienstverlening niet meer behoort tot de kerntaken.
Maar
behoort God dan wel tot de kerntaken van het leven?
Want
waarom geloof je eigenlijk? Per slot van rekening hoeft dat niet!
Als
het goed is, is er niemand die je kan verplichten om in God te gaan geloven.
En
ook al moest je vroeger van je ouders of ben je opgevoed in een uiterst
kerkelijk gezin waar je je niet aan kon ontrekken om te zeggen dat je niet in
God geloofde… als volwassen mens, behoort het zo te zijn, dat je zélf je keus
maakt of je in een God gelooft of niet.
Maar
wat kan nu de reden zijn dat mensen, tóch in God geloven. Want overal op de
wereld, in alle culturen, komt godsdienst voor. En in dit tijdperk, waar we het
hebben over DNA, elektronen, het klonen van mens en dier, genetisch alles
kunnen verklaren, kom je toch eerder tot de conclusie dat God niet als wél moet
bestaan. Als je aan een kind van een jaar of acht tot twaalf zegt, dat de
wereld in zes dagen gemaakt is en dat de zevende dag de rustdag van het geheel
was dan is het eerste wat hij zegt: dat kan toch niet! Hoe kan iemand nu in een
paar dagen de wereld maken.
En
daarbij heeft een kind vaak ook nog de voorstelling van een wereld als een
voetbal. Want die heeft hij in de klas staan met een lamp erin zodat je hem ook
nog kunt verlichten. Of hij heeft inmiddels al gehad dat de aarde vroeger een
pannenkoek was, maar dat maakt het er voor een kind niet gemakkelijker op om
het scheppingsverhaal te begrijpen.
Het
werkt eerder averechts denk ik voor een kind om te weten dat men dacht dat de
aarde vroeger een pannenkoek was. Want dat is al één obstakel dat je moet
overwinnen in je denken, laat staan dat daar nog een tweede obstakel bijkomt
dat je die pannenkoek moet verbinden met dat verhaal van die zes dagen.
Daar
kom je al helemaal niet meer uit!
En
het is dan ook geen wonder dat een kind zegt: dat kan toch niet in die paar
dagen? Met op zijn mooist dat er op latere leeftijd een aversie ontstaat tegen
geloof. Want het scheppingsverhaal kan nooit zo geweest zijn in de paar dagen.
Toch
gaat het de bijbelschrijver die ooit dit verhaal heeft opgetekend NIET om de
vraag wie of wat iets uit het niets heeft gemaakt. Eigenlijk denk ik, dat het
verhaal ontstaan is vanuit een verwondering over het leven. En dat is volgens
mij ook de reden dat mensen geloven. Als je je verwondert over de dingen van
het leven; als je je verwondert over hoe alles groeit, bloeit, het donker
wordt, je de zon en de maan en de sterren ziet staan ….dan kan er uit die
verwondering iets groeien wat geloof heet.
Je
kunt je er natuurlijk ook voor afsluiten en zeggen dat het allemaal onzin is,
en dat we best wel weten hoe aarde om de zon draait en dat we precies kunnen
bepalen wanneer de lente begint; kortom dat we wel kunnen beredeneren hoe alles
in elkaar steekt. Maar het leven van de mens zélf laat zich niet beredeneren.
We weten bloedgroepen te benoemen, we kunnen gemene bacteriën te lijf met
antibiotica en een gebroken been kunnen we met een pen en wat gips weer laten
helen. Maar waarom worden we dan niet allemaal even oud? En duurt het leven van
de mens niet meer dan 52 jaar, 4 maanden, 8 dagen, 3 uur, 6 minuten en 8
seconden? Alle mensen gelijk in de schepping.
En
toch is dat niet het geval! En dat is ook de reden dat er verwondering bij de
mens ontstaat. Verwondering over het leven. Verwondering over het bestaan.
Verwondering
hoe nu de mens bedoeld is.
En
vanuit díé verwondering is er een verhaal ontstaan. Een verhaal waarin een
mensbeeld en een wereldbeeld beschreven wordt. Een verhaal over het goede!
Over
hoe de wereld en de mensen eigenlijk hadden moeten zijn.
Want
dat is de concrete situatie van de mens, dat hij ziet dat de wereld niet goed
is. En dat er best wat valt te verbeteren vanuit die verwondering voor het
leven.
En
vanuit die verwonderingsgedachte ontstaat er dit scheppingsverhaal. En zoals de
mens de week kent, maakt de schrijver een verhaal op de dagen van de week.
Want
die week kende hij immers; die bestond al. Wat de mens nog niet kende is de
koppeling tussen zijn verwondering en geloof.
Als
amateur-astronoom kijk ik vaak naar de hemel. En daarbij maak ik gebruik van
allerlei berekeningen om te kijken welke planeet wanneer en waar aan de lucht
staat. Zonsverduisteringen kunnen tot op de seconde worden berekend wanneer ze
plaatsvinden en op welke plek op de aarde te zien zijn. En ondanks alles wat ik
kan beredeneren, verwonder ik mij toch over wat ik door mijn verrekijker zie!
En
ik weet heus wel dat God niet achter de 5e ster van het sterrenbeeld Grote Beer
woont. Net zoals ik weet dat God niet in Grijpskerk woont.
Maar
toch door de verwondering over de dingen geloof ik wel. Sterker nog; wanneer ik
zoals nu, de sneeuwklokjes weer zie bloeien na de winter, verwondert mij dat.
En dan niet op een sentimentele manier er moet toch wel iets zijn die alles
weer doet groeien. Nee… voor mij is het vooral de verwondering. De verwondering
die leidt tot geloof.
En
daarom vind ik dat scheppingsverhaal ook zo'n prachtig verhaal. Het verhaal
vormt de basis voor de rest van de bijbelverhalen. Al is het alleen maar omdat
latere schrijvers steeds weer terugvallen op de thematiek van het
scheppingsverhaal. De symboliek van de dagen komt steeds terug maar ook de
symboliek van de begrippen als licht en donker.
Nota
bene het eerste wat vermeld wordt in het verhaal. En dan ook nog zo dat alléén
van het licht wordt gezegd dat het goed was en NIET van de duisternis.
Met
andere woorden: de mens moet het leven hebben vanuit dit licht.
En
dat licht kun je niet beredeneren. Licht bestaat uit weet ik wel niet hoeveel
verschillende soorten en frequenties, maar in de grond van de zaak kun je licht
niet beredeneren. Je kunt je er wel over verwonderen. En daarna geloven dat dat
licht ergens vandaan moet komen. Dat er voor de mens een soort van lichtbron is
waaruit zijn leven voortkomt. En daarom dus op dag 1 het licht; als het begin
van alles en op dag 3 het eerste grote wat leeft: de bomen.
Maar
dag 4 begint weer met het licht element; maar nu de zon, de maan en de sterren.
Het is een herhaling van dag 1. En dag 6 is weer, net als met die bomen op de 3
het grote leven van alles, namelijk de mens.
De
mens die een doel krijgt in dit verhaal. Je bent in dit verhaal niet zomaar een
mens, die geboren wordt… dan maar wat leeft…en dan dood gaat. Nee, je bent als
mens in dit verhaal een mens met een doel. En dat doel is, dat je beseft dat je
als mens in de wereld staat en dat die wereld zo moet worden zoals die
beschreven is in dit verhaal. En als je als mens denkt dat er volgens jou iets
ontbreekt aan die wereld dat je daar dan iets aan doet.
Om
dát gezichtpunt gaat het. Het gaat erom dat je als mens niet blind bent voor
dit scheppingsverhaal. In de mens Jezus wordt zichtbaar hoe die mens van die
schepping bedoeld is. En de blinde uit Marcus 8 in het plaatsje Betsaďda ziet
niet dat Jezus deze mens is. Sterker hij ziet helemaal niets meer van hoe de
schepping ooit was bedoeld. Hij is er helemaal blind voor. Hij leeft in het
donker van de eerste dag.
Maar
hij krijgt het zicht op alles terug. In twee stappen nota bene. Eerst ziet hij
de mensen als bomen. Dus dat is het grote leven in de schepping van dag 3 en
dán ziet hij de mensen. De mens in de schepping van dag 6.
En
daar gaat het nu om. Wij zijn mensen, die in onze levensovertuiging ook plaats
hebben ingeruimd voor geloof. Een geloof dat misschien wel ontstaan is door de
verwondering die je hebt over de dingen van het leven. Maar dat geloof heeft
ook een inhoud. En dat is dat je je leven probeert gestalte te geven met dat
scheppingsverhaal als baken. We hoeven geen brieven naar God te schrijven en we
hoeven hem ook niet op te bellen om te vragen hoe of alles zit. Want dan is er
van die verwondering niks meer over. Een van de redenen waarom mensen in God
geloven is volgens mij dat de mens zich verwondert over het leven en de wereld.
En vanuit dat geloof, met het scheppingsverhaal als baken, moet de mens het
leven in gaan. Zoals de Dopersen het altijd hebben getracht te verwoorden:
Dopen wat mondig is.
Spreken wat bondig is.
Vrij in het christelijk geloven.
Daden gaan woorden te boven.
Méér recente
preken (Sluit de pagina om terug te keren)