Zondag 3 mei 2009, preek
ds. K. van der Werf
Dodenherdenking 2009
Jozua 4: 20-24
Op
En
op de 10e juli schoot Balthasar Gerards Willem van Oranje neer met drie
pistoolschoten. Inslagen van schoten zijn nog steeds in het huis aanwezig wat
onlangs weer forensisch onderzoek opleverde om nu, na zovele jaren, precies te
kunnen bepalen waar Balthasar Gerards had gestaan om Willem van Oranje om te
brengen.
Balthasar
Gerards had geen zwarte Suzuki tot zijn beschikking en Balthasar Gerards was er
met zijn actie ook niet op uit om zich eerst door een menigte te werken en de
mensen die in de weg stonden omver te slaan… Balthasar Gerards was beslist niet
van plan een groot risico te nemen om in een dolle roes zo uit de menigte op de
prins van Oranje af te stormen met als risico dat hij de prins niet eens zou
kunnen bereiken, maar tegen een zuil tot stilstand zou komen… nee… Hij wist dat
dat geen enkele zin had en dat hij met zo'n daad, iedereen tegen zich in het
harnas zou jagen.
Onschuldige
mensen, niets vermoedend vinden de dood, door een ontketende zwarte Suzuki bij
paleis Het Loo. En als de auto de bus had geraakt was het effect nog nihil
geweest. Tenzij de auto vol met explosieven had gezeten… dan had het nog
resultaat gehad, maar nu: een laffe daad van een gefrustreerde man. Waarbij het
hem zeer kwalijk valt te nemen dat hij de familie van vele mensen in het
ongeluk heeft gestort. Mensen die 's morgens met zijn allen zijn weggegaan en
van het één op het andere moment één moeten missen uit hun kring en zo 's
avonds weer naar huis gaan. Hun leven… op slag totaal veranderd en 30 april zal
voor deze mensen nooit weer onbekommerd koninginnedag zijn.
Balthasar
Gerards had zijn plan goed voorbereid en de aanslag had een duidelijk politiek
motief. Door Willem van Oranje om te brengen, hoopten de Spanjaarden dat de
organisatie van de Nederlanden in een vacuüm zou komen, met als gevolg dat er
van een georganiseerde strijd weinig zou overblijven en het gemakkelijker werd
voor de Spaanse troepen om de Nederlanders te verslaan. Adolf een jongere broer
van Willem van Oranje was al omgekomen in de strijd bij het klooster van
Heiligerlee en hoe meer telgen van de Oranje-familie gedood of vermoord werden,
des te beter was het voor de Spanjaarden om de strijd te winnen.
De
Spanjaarden hadden onderschat dat er een troepenmacht vanuit Leer naar
Groningen kwam die zich had gelegerd op de zandrug bij Winschoten. Zij liepen
in de val, omdat ze zich vastliepen in het drassige veenland er omheen.
Een
grote overwinning, maar wel een waardoor graaf Adolf het loodje legde en er zo
dus een telg uit het Oranje geslacht minder was om de strijd te leiden. Het
grote monument aan de oude weg van Scheemda naar Winschoten herinnert nog aan
deze strijd en het volkslied bewaart nog een altijd een couplet aan deze
veldheer. Een couplet waar Groningers nog steeds boos over zijn omdat de
dichter vermeldt dat Graaf Adolf gevallen is “in Vrieslandt in den slaech” en
dat het woord “Groningen” of “Ommelanden” niet genoemd wordt.
Het
monument van graaf Adolf bij Heiligerlee is een typisch praal-monument en doet
in onze tijd een beetje protserig aan. Ooit neergezet vanuit een sterke
nationale gedachte van 'ons Nederland'… 'ons vaderland'… 'onze vrijheidstrijd'…
'onze godsdienst vrijheid'. Waarbij wél moet worden gezegd dat met 'onze
godsdienstvrijheid' alleen maar het Calvinisme werd bedoeld. Het Wilhelmus
ademt nog altijd deze godsdienstsfeer van het protestantisme met de woorden:
mijn schild ende betrouwen zijt Gij o God mijn Heer.
Want
échte godsdienstvrijheid bestond niet in de Nederlanden van toen. Het
Rooms-katholicisme was de godsdienst van de koning van Hispanje en was dus de
godsdienst van de vijand, die geen andere meningen tolereerde. Met als gevolg
dat toen de bakens waren verzet de Calvinisten geen ruimte lieten voor het
Rooms-katholieke geloof. En de Doopsgezinden vielen precies tussen wal en
schip. De Spanjaarden moesten niks van hun hebben en pas in 1577 werden ze door
Willem van Oranje in bescherming genomen toen ze naar Middelburg togen met een
grote zak met geld om zo ervoor te zorgen dat ze geen burgereed hoefden te
zweren. Maar echt voor vol werden ze nooit aangezien en het is alleen dankzij
de vooraanstaande posities van Doopsgezinden in het openbare leven dat ze
getolereerd werden.
Maar
de vele monumenten die er zijn over deze tijd ademen nog altijd de sfeer van
een Nederland, dat zich onder het juk van de koning van Spanje wist te
bevrijden dankzij de Oranje's en daarbij twee échte monumenten achterlieten
namelijk het Wilhelmus en de Statenbijbel.
Want
ons volkslied is eigenlijk niks anders dan een lied uit die tijd, gemaakt
vanuit de opvattingen van die tijd met het protestantse geloof als
uitgangspunt.
En
vandaar uit de vele vergelijkingen dat het een rechtvaardige strijd is die de
Nederlanders doen en dat God aan hun kant staat en na het zuur zal ik ontvangen
van God mijn Heer het zoet. Tenminste als ik maar goed geloof en mij inzet voor
deze zaak. De Spanjaarden zullen worden verdreven en al moeten de Nederlanders
nu eerst vluchten voor deze wrede Spaanse tiran; uiteindelijk zal toch de tiran
het onderspit delven net zoals David ooit moest vluchten voor Saul de tiran. In
de Tweede Wereldoorlog werd ditzelfde beeld toegepast op de Duitsers.
Maar
wat maakt nu iets tot een écht monument? De Naald voor paleis Het Loo was een
typisch monument waarin iets vermeld staat over koning Willem III en hoe die
resideerde vanuit Apeldoorn. Met de toeristengids in de hand staan mensen
ernaar te kijken, laten zich fotograferen en weten een dag erna al niet meer
waar nu precies die naald voor stond.
Maar
sinds donderdag heeft die naald een hele andere betekenis gekregen.
Vooral
voor die mensen, die iemand hebben verloren. En de naald zal voor altijd een
plek zijn die verbonden is met koninginnedag 2009. Ook al komt dat nergens te
staan… voor mensen die het weten is dit ineens het monument… hún monument. Want
dit is het tasbare wat overblijft van herinneringen. Zoals een grafsteen dat
ook kan zijn. Zoals de kromgetrokken rails in Westerbork dat zijn.
Zoals
er een officieel monument is gekomen voor de omgekomen brandweerlieden op 9
mei precies een jaar geleden bij De Punt. En insiders zeggen al, dat het niet
meer dát monument is wat er spontaan is geplaatst. Een oude driewegspuit om aan
te geven dat het om drie brandweerlieden ging. En iedere keer verse bloemen
erbij speciaal opgekweekt door de familie Ubels uit Yde om zodra er bloemen
uitgebloeid zijn deze te vervangen.
Een
monument maakt pas iets tot een écht monument wanneer het voor mensen directe betrokkenheid
geeft. Want het verhaal achter het monument maakt het pas dat het een écht
monument is. Ieder dorp heeft wel een monument, al is het alleen maar om
praktische redenen om dodenherdenking te vieren. Vaak midden in een park, maar
niet op een plaats waar daadwerkelijk dingen zijn gebeurd, waardoor mensen
verscheurd zijn. Denk aan de executies in de Appèlbergen, denk aan de plek op
het twee provinciënpunt bij Bakkeveen waar Hendrik Nicolaas Werkman is
doodgeschoten.
En
voor mij is het monument bij Trimunt onder Marum een echt monument.
Midden
in the middle of nowhere staat een gedenktekentje dat bijna niet te vinden is.
Het staat hemelsbreed
De
Nederlandse soldaten moesten weer in krijgsgevangenschap terugkeren en dat was
de aanleiding tot ongeregeldheden. Er werden boomstammetjes op de weg gelegd om
het verkeer te blokkeren en de boeren leverden geen melk meer aan de
melkfabrieken. Ook bij Marum werden daarvoor 16 mensen opgepakt onder wie een
13 jarige jongen. En de bedoeling was om ze die dag weer vrij te laten. Maar
door het noodlot verscheen op die dag een detachement van de Grüne Polizei in
het kamp, die onderweg was van Drachten naar Groningen.
En
dezen waren onverbiddelijk en hebben de 16 mensen gefusilleerd. Zelfs de
13-jarige Steven van der Wier die wegliep met zijn klompen in de hand, werd
doodgeschoten. En nog altijd heeft deze gebeurtenis een grote impact bij de
families in die streek.
En
met dodenherdenking komt er een handjevol mensen bij elkaar. Zo op het oog,
getalsmatig bijna niet eens meer de moeite waard om het nog te organiseren.
Maar het is dan ook niet een officiële herdenking van een plaatselijk
4-meicomité. Integendeel het zijn familieleden die stil staan bij wat er toen
is gebeurd en die nog altijd geraakt zijn door het verhaal waardoor hun familie
zo is geworden, zoals ze nu is. Om
Het
verhaal ook van de geloofsvragen. Kun je nog in een God geloven, waar dingen
hebben plaatsgevonden, die voor je gevoel niets meer met het goede te maken
hebben? Kun je nog in een God geloven, als iemand die je zeer dierbaar is,
toevallig om 10 voor twaalf voor paleis Het Loo in de baan van de auto stond?
En
dan denk ik, dat een écht monument een plek is waar dat wel kan.
Een
monument is pas een echt monument als het een plek is waar je daadwerkelijk
iets ervaart. En niet iets wat je ter kennisgeving aanneemt, met de
toeristengids in je hand, zoals het praalgraf van graaf Adolf.
Het
échte monument hoeft niet per se een hele grote steen te zijn. Het kan wel een
klein ingegraveerd kruisje zijn dat één van de familieleden heeft ingekerfd op
een plek die alleen betekenis heeft voor degenen die ervan weten wat zich daar
heeft afgespeeld. Een plek waar mensen met hun geloofservaringen naar toe gaan
om alles voor zichzelf op een rijtje te krijgen.
Jozua
zet ook twaalf stenen in een kring op de plek waar het volk van Oud-Israël het
nieuwe land is binnengetrokken (Jozua 4: 20). Zo in eerste instantie een mooi
herinneringsteken, zodat de mensen precies later zouden weten op welke plek het
volk door de Jordaan is getrokken. Maar dát is nou juist niet de hoofdreden.
De
hoofdreden van dat monument is dat 'alle volken der aarde zullen weten dat de
hand van de Heer sterk is'. En vandaar dus ook die twaalf stenen. Zij zijn
ontleend aan de twaalf tekens van de dierenriem. De twaalf tekens van de
dierenriem staan voor de gehele kosmos. En die kosmos wordt volgens de
opvattingen van het geloof van Oud-Israël bestuurd door de God van dit volk.
De
God die wil dat de mens leeft zoals dat uit het scheppingsverhaal naar voren
komt. Een mens van het goede. En ook al loopt die mens vast in een totale
uitzichtloosheid dat hij verzwolgen dreigt te worden door de zee… toch komt er
op de één of andere manier weer hoop voor die mens. De wateren blijven zelfs
stilstaan. Alles in de kosmos is er op gericht om dit mensbeeld gestalte te
geven in de wereld, ook al wordt dat door Egypte teniet gedaan.
De
12 stenen van Jozua zijn het monument voor het mensbeeld van God. Het is een
écht monument voor de gelovige mens, die zijn of haar geloof belangrijk vindt.
En die het vertrouwen heeft in een kracht, ook al zit de mens diep in de put,
er geen uitzicht meer is op een menswaardig bestaan, dat er dan toch een kracht
is die je daar doorheen helpt. Het is datgene wat we God noemen en dat mensen
op verschillende manieren ervaren. Vooral op die plekken, waar mensen betekenis
aan toekennen. En daarom is het ene monument voor de één iets nietszeggends en
heeft het voor de ander een ontzettend diepe betekenis. De naald voor paleis
Het Loo is een heel ander monument geworden dan vóór koninginnedag. Het zal
altijd het beeld oproepen van de gebutste auto die daar tot stilstand kwam,
doden en gewonden achterlatend.
Want
een écht monument wordt gekenmerkt door het verhaal erachter.
En
dát verhaal bepaalt de waarde van een monument voor iemand.
Zoals
het geloven in God ook bepaald wordt door je eigen verhaal.
Méér recente
preken (Sluit de pagina om terug te keren)