Wat geschiedenis van de Doopsgezinde Gemeente Haren
v
Enkele data
uit de voorgeschiedenis van de gemeente en de bouwgeschiedenis van de kerk
v
Het verhaal
bij de data, verteld door br. S.S.F. Hazewinkel
v
Predikanten van 1945 tot heden
v
Een terugblik op 40 jaar Avondzusterkring, verteld door zr. Fenna Tilstra-de Haan
Enkele data uit de voorgeschiedenis van de gemeente en de bouwgeschiedenis van de kerk
|
Eerste wijkavond |
30 november 1933 |
|
Oprichting (middag)zusterkring in Haren |
november 1936 |
|
Oprichting kring Haren van de Doopsgezinde Gemeente
Groningen |
november 1940 |
|
De kring wordt een zelfstandige gemeente |
25 april 1958 |
|
Oprichting avondzusterkring |
november 1966 |
|
Bouw pastorie |
1960 |
|
Aankoop 'Vreehof' |
november 1966 |
|
Opening kerkgebouw |
3 februari 1968 |
|
Aanbouw 'Voorhof' |
1980 |
|
Vernieuwing
interieur, bekroond met het kunstwerk van Ruud Bartlema |
2004 |
Het verhaal bij de data,
verteld door br. S.S.F. Hazewinkel (december 2006)
Op 30
november 1933 houden leden van de Doopsgezinde Gemeente Groningen hun eerste
wijkavond in Haren. Een zondagschool start en in november 1936 richten zusters
de Doopsgezinde Zusterkring in Haren op. In november 1940 wordt de kring Haren
- met 86 leden - opgericht als onderdeel van de Gemeente Groningen en op 25
april 1958 wordt Haren - met 170 leden - een zelfstandige Gemeente.
Al eerder was
sprake van het bouwen van een Doopsgezinde kerk in Haren: op 1 april 1949 werd
daartoe de Stichting bouwfonds kerkbouw Haren opgericht.
De
Doopsgezinde leden in Haren kerken intussen om de veertien dagen in het Witte
Kerkje van de Vereniging van Vrijzinnig Hervormden: een keer per vier weken
’s ochtends om 10 uur en een keer per vier weken ’s avonds om 7
uur. Het Witte Kerkje was in 1937 in gebruik genomen. Ook verscheidene
Doopsgezinden hadden financieel bijgedragen aan de bouw.
Op 16 juni
1958 koopt de Doopsgezinde Gemeente Haren een bouwterrein op de hoek van de Weg
voor de Jagerskampen en de Terborgsteeg. De
Rotterdamse architect G.T.J. Kuiper krijgt op 9
november 1959 de opdracht een schets te maken voor een sober kerkgebouw - 200
zitplaatsen - op het aangekochte bouwterrein. Geschatte kosten van het
bouwproject: f 120.000. Op 23 maart 1960 geeft de architect een eerste
toelichting op zijn schetsplan en op 22 oktober 1960 volgt een tweede
bespreking. De leden zien geen kans het bedrag op te brengen. Bovendien blijkt
dat het bouwterrein erg klein is voor kerkbouw. Door het tekort aan ruimte zal
men voor het betreden van de kerkzaal via een trap naar beneden moeten en voor
het bereiken van de gemeenschaps-ruimten zullen de
bezoekers een trap naar boven moeten nemen. Dit plan gaat dus niet door.
In de
Gemeente spreekt men intussen over de bouw van een pastorie en op 19 april 1960
machtigt de ledenvergadering de kerkenraad een pastorie te bouwen aan de Weg
voor de Jagerskampen nr 61.
De plannen
voor een eigen kerk raken op de achtergrond totdat het in 1965 mogelijk blijkt
om onder gunstige voorwaarden het huis en de grond te verwerven van het lid zr.
E.E. Rode-Martens. Het pand
de Vreehof, Middelhorsterweg 2, met ongeveer 13 are
grond biedt de Gemeente de mogelijkheid om achter de Vreehof een kerk te
bouwen. De kerkenraad licht de leden op 27 oktober 1965 in over deze plannen.
De kerkenraad deelt de Gemeente tevens mee dat plannen om een kerk te bouwen op
het terrein van de Stichting Menno Simonshuis niet te
realiseren zijn. Op 25 februari
1966 gaan de leden akkoord met verkoop van het terrein aan de Terborgsteeg en aankoop van de Vreehof plus grond. De bovenverdieping van de Vreehof was in
de periode 1951-1957 de woning van ds. C.E. Offerhaus.
De Gemeente
gaat voortvarend te werk:
Een aantal
leden neemt de Vreehof onderhanden, zodat bij het begin van de herfst de
zondagsschool daar kan beginnen, evenals de zusterkring. De jongerenkring
brengt later de bovenverdieping op orde, waarna de jongeren ‘bij Menno op
zolder’ samenkomen.
Intussen
bekijkt de bouwcommissie, die al vele jaren had klaargestaan, alle
mogelijkheden en vraagt daarna, in overleg met de kerkenraad, aan architect J. Gunnink te Groningen om de plannen in tekening te brengen.
De opdracht aan de architect luidt: ontwerp een kerkzaal voor zeker 150
kerkgangers - de Gemeente telt dan 191 leden - terwijl deze kerkzaal door een
ruime vestibule, die de inspirerende naam ‘ontmoetingsruimte’
krijgt, verbonden moet zijn met de Vreehof. Daarbij moet er ook een kerkenraadskamer komen. Verder moet de architect rekening
houden met de plannen van de burgerlijke gemeente Haren om in de zeer nabije
toekomst langs de zijkant van de kerk een weg aan te leggen (de latere Nieuwe
Stationsweg), die leidt naar een nieuwe halte van de NS en naar het
bijbehorende grote parkeerterrein. Architect Gunnink,
zelf van Gereformeerde huize, zet zich er voor in, ook tijdens de
bouwvergaderingen, om een juiste indruk te krijgen van het Doopsgezind eigene.
De kerk moet een besloten karakter krijgen, maar open staan naar de wereld. En
verder stuurt de commissie aan op eenvoud, soberheid en doelmatigheid.
De pastorie
staat na het vertrek van ds. G. de Groot in 1964 leeg en dat brengt enkele
leden op de gedachte om in de woonkamer van de pastorie experimentele
kerkdiensten te houden.
In 1966 komt
ds. M. Keyser naar Haren. Haar intrededienst vindt op
16 oktober plaats in de oude Nederlands Hervormde kerk in het centrum van
Haren.
In november
1966 start Zusterkring II, de avondzusterkring.
In april 1967
gunt de Gemeente de bouw van de kerk aan aannemer De Jong uit Groningen.
In juli 1967
vindt in Amsterdam het Doopsgezind Wereldcongres plaats. Thuisblijvende leden
volgen op zondagochtend een deel van het congres via een in de Vreehof
opgestelde televisie.
In oktober
1967 stuurt de kerkenraad aan alle leden en belangstellenden een brief:
De totale
kosten van de pastorie (f 51.000), verbouwing Vreehof (f 45.000) en kerkbouw
plus inrichting - maar zonder orgel - (f 144.000) bedragen f 240.000. De leden
droegen al ruim f 100.000 bij. De A.D.S. draagt f
20.000 bij en het Rijk f 48.000.
In totaal
moet de Gemeente eind 1967 nog een bedrag van f 50.650 bijeen zien te brengen.
Op 3 februari
1968 is de opening van het nieuwe Doopsgezinde kerkgebouw in een feestelijke
dienst waarin ds. Keyser voorgaat.
In april 1968
houdt de Gemeente onder de leden een enquête. Driekwart van de leden
stelt een kruisteken in de kerk op prijs. Een doopschaal hoeft niet zichtbaar
in de kerkzaal aanwezig te zijn en de preekstoel dient bij voorkeur aan de
korte kant geplaatst te worden. ‘Nu wij een ontmoetingshal hebben is het
mogelijk dat wij elkaar voor en/of na de dienst kunnen spreken. Bent u van
mening, dat in de kerk zelf voor de dienst niet onderling gepraat zou moeten
worden ter voorbereiding op de dienst?’ vraagt de enquête.
‘Ja’ antwoordt ruim tweederde van de leden. (Maar het is nooit tot
een stilte voor de dienst gekomen…)
De
Doopsgezinden, Gereformeerden, Hervormden, Vrijzinnig Hervormden en Rooms-Katholieken in Haren ondertekenen op 31 augustus 1969
in de Doopsgezinde kerk het ‘Statuut’, waarmee de oprichting van de
Harener Raad van Kerken een feit is.
Op 14 januari
1970 overlijdt zr. E.E. Rode-Martens.
In overleg met ds. Offerhaus heeft zij de
Doopsgezinde Gemeente Haren tot haar enige erfgenaam benoemd.
In 1970
bereikt de Gemeente een record aantal leden: 231. Daarbij komen nog
belangstellenden, 10 catechisanten en 44 zondagschoolkinderen.
Van 1978 af
verhuurt de Gemeente de benedenverdieping van de Vreehof aan een maatschap van
fysiotherapeuten. Een van deze fysiotherapeuten is de organiste
van de Gemeente, mevrouw M.J. Niemeijer-Nieuwenhuijse.
In 1980 bouwt
de Gemeente onder leiding van br. R. Brandsma een
zaal gelegen voor de ‘ontmoetingsruimte’ van het kerkgebouw. Deze
zaal, waarvan onder meer de beide zusterkringen gebruik maken, noemen de leden
‘de Voorhof’.
In 1993
verkoopt de Gemeente de pastorie: de toenmalige predikant, ds. F.R. Fennema, woont in de stad
Groningen en het aanhouden van een pastorie acht de Gemeente niet noodzakelijk.
De opbrengst
- f 256.500 - stort de Gemeente in
een ‘predikantsplaatsreserve’.
Gestimuleerd door ds. M.L. Bruggen houdt de Gemeente zich bezig met het praten over vernieuwingen in de kerkzaal. Tenslotte is er sinds 1968 nauwelijks wat aan de inrichting veranderd. Opnieuw houdt de Gemeente - in 1999 - een enquête onder de leden. Uiteindelijk besluit de Gemeente tot een inrichting die uitgaat van de gedachte ‘de Gemeente komt samen rond de tafel’. De kansel wordt vervangen door vier aaneengeschoven tafels die samen een grote ovaal vormen met daarop een lezenaar. Deze ovale tafel staat aan de lange kant van de kerkzaal. Op de tafel ligt naast de geopende bijbel het gedachtenisboek met de namen van en herinneringen aan leden die de laatste jaren zijn overleden. Verder staan een vaas met bloemen en een kaars op de tafel. Er komen nieuwe stoelen en nieuwe gordijnen. Het grote houten kruisteken verdwijnt uit de kerk. Het kruisplastiek dat de architect en de bouwers in 1968 aan de Gemeente schonken, verhuist nu uit de kerkenraadskamer naar een plaats aan de wand achter de tafel.
Na iedere
kerkdienst kunnen de kerkgangers koffie of thee drinken in de kerkzaal. De
kerkzaal en het nieuwe meubilair lenen zich niet alleen uitstekend voor het
houden van kerkdiensten en vergaderingen, maar ook voor bijeenkomsten van de
Gemeente zoals het Paasontbijt. In dat geval gaan de
tafels uit de Voorhof naar de kerkzaal.
Van april
2004 af bedekt een kunstwerk van de kunstenaar/theoloog ds. Ruud Bartlema een
groot deel van een van de korte wanden van de kerkzaal. Het kunstwerk stelt de
zeven scheppingsdagen voor, uitgebeeld in de vorm van een zevenarmige
kandelaar.
De Voorhof
wordt grondig gemoderniseerd en ook de bovenverdieping van de Vreehof wordt
aangepakt. Waar vroeger ‘bij Menno op zolder’ was huist nu de
opbloeiende zondagsschool.
De 74 leden
en 34 belangstellenden (cijfers 2006) ervaren al deze veranderingen, waar de
leden van de Gemeente enkele jaren intensief bij betrokken zijn, als
verbeteringen.
Bronnen: onder meer ‘Herinneringen’ door
zr. N.M. Wartena en archief van de Doopsgezinde
Gemeente Haren, beheerd door br. S. Koorn
Predikanten van 1945 tot heden
|
Ds. A.H van Drooge
|
1946 - 1951 |
|
Mevrouw ds. C.E. Offerhaus |
1951 - 1957 |
|
Ds. G. de Groot |
1958 - 1964 |
|
Mevrouw ds. M. Keyser
|
1966 - 1988 |
|
Ds. F.R. Fennema
(van augustus 1996 tot medio 2009 broederschapspredikant)
|
1988 - 1996 |
|
Mevrouw ds. M.L. Bruggen (thans
predikant voor de broederschapshuizen) |
1996 - 2003 |
|
Mevrouw H.P. Kieft-van
der Sande (pastoraal werker) |
2000 - heden |
|
Ds. Kl. van der Werf |
2005 - heden |
Een terugblik op 40 jaar Avondzusterkring, verteld door
zr. Fenna Tilstra-de Haan
(februari 2007)
Op 1 december 1966 vond de eerste bijeenkomst van de Avondzusterkring plaats. Ds. Keyser
had haar intrede gedaan in Haren, de verhuisdozen waren nauwelijks uitgepakt,
of zr. Els van der Zwaag stond op de stoep met de
woorden: “Dominee, ik vind dat er een tweede zusterkring moet komen voor
de jonge vrouwen.” En zo kwamen 9 zusters bijeen op de eerste december.
Een van deze zusters van het eerste uur was zr. Lidy Woudsma-Lutgendorp. Op de tweede bijeenkomst was daar zr. Marie Kuipers-Prins uit Zuidlaren. Deze twee zusters zijn veertig jaar lid en
hebben allebei bestuursfuncties vervuld: zr. Woudsma
afwisselend secretaresse en penningmeesteresse (tot
nu toe) en zr. Kuipers eerst als secretaresse en vele jaren als voorzitster.
Bij de jublieumviering op 4 februari hebben we deze
twee vrouwen, die de zusterkring hebben gedragen, in de bloemetjes gezet.
De eerste bijeenkomst stond o.l.v. ds. Keyser en zij hield een inleiding over het doel van een
zusterkring.
1.
Verdieping van
het persoonlijk geloofsleven
2.
De zusterkring
als voorportaal van de gemeente: thema’s behandelen op godsdienstig,
politiek en maatschappelijk terrein
3.
Dienstbaar zijn
aan de gemeente
4.
Oecumenische
contacten leggen met andere vrouwengroepen in Haren
Ik denk dat we nog steeds achter deze uitgangspunten
staan. Alleen met de oecumenische contacten is, zeker de laatste decennia,
weinig gedaan. In de eerste jaren vormde de rubriek ‘Oecumene’ een
vast punt op de agenda. Om de beurt verzamelden de zusters oecumenisch nieuws
in de vorm van krantenknipsels. Het was de begintijd van de oecumene. De eerste
gastarbeiders kwamen naar ons land. De Islam deed zijn intrede.
Om de oecumene gestalte te geven, werden predikanten
van de verschillende kerken in Haren uitgenodigd om over hun kerk en geloof te
praten. Ook de Middagzusterkring en de bijbelkring
werden dan uitgenodigd. Zo kwam dominee Van Wijnen vertellen over
Vrijzinnigheid en als dank voor zijn lezing kreeg hij een doos sigaren! Ook de
veranderingen binnen de Katholieke kerk kwamen aan de orde.
Er zijn bijeenkomsten geweest, over en weer, met de
Zusterkring in Groningen, met de kring Zeerijp-Zijldijk
en de jonge kring Haren ging op bezoek in Emmen.
Volgens het verslag waren de dames pas om 23.45 uur terug in Haren!
Er was een plan de respectievelijke echtgenoten 2x
per jaar uit te nodigen. Enkele keren kwamen de mannen meepraten. Dit heeft
niet zo lang stand gehouden.
De avonden werden meestal verzorgd door de eigen leden en ds. Keyser was de grote inspirator. Over het algemeen waren het
vrij zware onderwerpen en, ook door het kleine aantal leden, werd er veel
gediscussieerd. Ik las in een verslag: “het was allemaal erg moeilijk en
er werd veel doorelkaar heen gepraat!”
In de eerste notulen worden de namen vermeld met
mevrouw, dus mevrouw Woudsma en mevrouw Kuipers.
Later werd dit zr. Woudsma en de laatste jaren soms
alleen de voornaam.
Op 22 februari 1968 kwamen beide zusterkringen bijeen
in het nieuwe kerkgebouw en ook de zusters van Groningen waren voor deze
gelegenheid uitgenodigd. Als geschenk namen ze een pakketje theedoeken mee!
Heel welkom, zo’n praktisch cadeau in 1968.
Drie jaar na de oprichting waren de leden
pessimistisch gestemd over het voortbestaan van de kring. De opkomst was
ronduit slecht, soms maar 5 leden. Het waren jonge moeders, soms was er een
kind ziek of manlief had een vergadering en dan was er geen oppas.
Men besluit leden te werven via persoonlijke
bezoekjes. Ook besluit de kring zich meer praktisch op te stellen. Er gaat een
brief uit naar de kerkenraad, met het voorstel maandelijks een koffieuurtje te organiseren na afloop van de dienst. Ook
vraagt de kring geld voor het opknappen van de Vreehof. De kerkenraad reageert
positief. De Huishoudelijke Commissie wordt ingesteld. De Vreehof wordt
geschilderd door de Jongerenkring en zr. Dassel
ontwerpt een wandkleed, waar de zusters vele avonden gezamenlijk aan hebben
gewerkt. Ook komen er nieuwe gordijnen. De kleine kring heeft in de eerste
jaren ook bijeenkomsten gehouden ‘op zolder’, de ruimte die nu in
gebruik is als zondagsschoolkamer.
Een bloemlezing aan onderwerpen uit de eerste jaren:
*Moet een christenvrouw aan politiek doen;
*Godsdienstige opvoeding; *Sexuele opvoeding;
*Ontwikkelingshulp; *Milieuhygiene;
*Nieuwe levensstijl; *Euthanasie; *Vivisectie; *Vredesweek en IKV; *Kernbewapening; *Open gemeentemodel en
*Stad op de berg.
U ziet: alle items van de 70er-jaren kwamen aan bod.
Maar ook: *Cultuuroverdracht in het gezin; *De vrouw
in de kunst; *De taak van de predikant, hoe bereiken we de slapende leden en
voert de kerkenraad beleid en wat merken we ervan?
O.l.v. Antoinette Craandijk worden geregeld nieuwe liederen ingestudeerd om
te zingen in speciale diensten.
Een onderwerp dat veel stof doet opwaaien, is de
diaserie: Mieke, ben je er nog.
Mieke is huisvrouw, haar man werkt hele dagen en de
achtjarige dochter zit op school. Naast het huishouden sport Mieke veel, maar ze is niet tevreden met haar bestaan. Dan
kan ze de kantine in de sporthal pachten. Mieke is
meteen heel enthousiast en slaat aan het rekenen. Er moet wel geïnvesteerd
worden. Haar man zegt: “Nee, geen sprake van, daar steek ik geen geld
in.”
Wat een discussie barstte er los: “Wie moet er
dan koken.” “Wat
ongezellig voor die man,” enz. Tien jaar later zijn de dia’s
opnieuw vertoond. De meningen zijn intussen wat genuanceerder. Toch zegt er
iemand: ”Wat een drammer van een vrouw” En een ander: “Ik ben
blij met mijn baan buitenshuis, naast het huisvrouw zijn.”
Heel veel boekbesprekingen zijn er gehouden: over Menno
Simons en Maarten Luther, Winnie Mandela, Maarten Luther King, Johann
Sebastian Bach, Elie Wiesel, Bonhoeffer,
Annie Mankes-Zernike, Henri Nouwen en nog heel veel
meer.
En dan de reisverhalen, al of niet met dia’s of
een video. Zusters namen ons mee naar Oost-Europa en
Rusland, Amerika, Canada en Nieuw-Zeeland, Scandinavie,
Finland en de Noordkaap, Israel,
Indonesie en Zuid-Afrika. En nog steeds zijn we niet
uitgereisd. Morgen vertrekt er een van ons naar Nieuw-Zeeland en volgende maand
gaat een zuster naar Vietnam!
Ik noem nog wat onderwerpen uit latere jaren: *Haren-Kirambo, *Ouder worden, *New-Age,
*Bloemen en planten in de bijbel, *Heeft het gezin nog toekomst, *Islam,
*Opnieuw op zoek naar geloof en inspiratie, *Het gebed, *Creatief met taal,
*Armoede in Nederland, *Taize, *Respect, *de Koran,
*Iconen, *Groninger Gasthuizen, *de Broederschapshuizen
Elspeet en Fredeshiem,
*Herinneringskamp Westerbork, *de Mattheus
Passion.
De laatste jaren worden we wat consumptiever: steeds
vaker wordt er een inleiding gehouden door iemand van buiten de kring. Dit
heeft te maken met de groei van de zusterkring en het ouder worden van de
leden.
Projecten en goede doelen.
Al vanaf 1970 heeft de Avondzusterkring
een spaarpotje, bestemd voor de Vrouwenzendingshulp.
Dan zijn er vele babypakketten gemaakt en kaarten geschreven voor Amnesty International, ten behoeve van vrouwelijke
gevangenen. In 1999 is een rommelmarkt gehouden om bij te dragen aan de kosten
van de herinrichting van de Voorhof.
Advent- en paasvieringen
Ieder jaar is er in eigen kring een paasviering,
verzorgd door enkele leden.
De adventsavond wordt al vele jaren samen met de
gemeente gevierd, georganiseerd door de zusterkring, eerder door de beide
zusterkringen. Af en toe is er een kerstspel opgevoerd: Vrouwen bij de put, in
1973, met ook een uitvoering in Groningen. Drie wijzen uit het westen, Wij
vrouwen van Bethlehem en De achtste dag, in 1998.
Wandelingen en reisjes
Het seizoen wordt in mei afgesloten met een
wandeling, die helaas de laatste jaren korter wordt. Zo wandelden we vele malen
in Haren, maar ook in Groningen, Paterswolde, Norg, Zuidlaren, Gasselte en Tynaarlo.
Eind augustus of begin september is er HET REISJE. De
zusters vertrekken per auto naar een onbekende bestemming, een bestemming
alleen bekend bij de twee organisatoren van de dag.
Alle bezienswaardigheden in Groningen en vele
bestemmingen in Drenthe en Friesland zijn intussen met een bezoek vereerd.
Oud-leden werden bezocht in Grou, Hindelopen,
Harlingen en op Texel. Een vaste traktatie gedurende
vele jaren: De pruimen van Fiep. De dag eindigt
altijd met een gezellig etentje.
Hoogtepunten in het bestaan van de Avondzusterkring zijn de viering van het 10-jarig bestaan
op 2 februari 1977, met oud-leden, afgevaardigden van de Middagzusterkring
en kerkenraad. Bij die gelegenheid hield zr. Ledeboer-Bitter
een lezing, getiteld: De vrouw in de maatschappij - toen en nu : over de
emancipatie van de vrouw. Ook mannen hebben zich ingespannen voor de
emancipatie van de vrouw, zoals professor Van Oven. Een gezegde uit die tijd
luidt: “Wat Drees is voor de oudjes, is Van
Oven voor de vrouwtjes”.
Op zondag 23 november 1986 vierden we 50 jaar Middagzusterkring, 20 jaar Avondzusterkring
en 20 jaar ds. Keyser in Haren. Een feestelijke dag,
met een maaltijd hier in de kerk, verzorgd door de Jongerenkring.
Het 25-jarig en 30-jarig bestaan werden in eigen
kring gevierd met een gezellig programma.
Nu bij het 40-jarig jubileum wil ik ook de namen
noemen van de zusters, die zijn overleden en wel:
Zr. Homan, Kea Wolf, Wikjen Zwart, Lotte Kooistra, zr. Dubois, Truus Daalman, Tine Jansen en Fiep Bakker. Ze hoorden bij onze kring en ze worden gemist.
Ieder jaar bezoeken zusters van de kring Haren de
regionale Studiedag, de Federatiedag van zusterkringen in het GDS-gebied en de tweedaagse Elspeetconferentie
van de LFDZ.
In 1999 kwamen de laatste leden van de Middagkring
naar de Avondkring en wel zr. Klamer, zr. Jansen en
zr. Haaijer, die al enkele jaren lid was van beide
kringen.
Momenteel zijn zes leden van de gemeente Groningen
lid van de zusterkring in Haren.
Tot slot: sinds september 2006 is de avondkring een
middagkring. Een bloeiende kring van 25 vrouwen, de grootste zusterkring in het
GDS-gebied. De onderlinge band is hecht en warm.
Velen zijn actief binnen de gemeente, voor anderen is de zusterkring de enige band met de gemeente. Op 4 februari
hebben we het 40-jarig jubileum van de Avondzusterkring
gevierd; blijft het feit, dat er sinds 1936 - dus 70 jaar lang - onafgebroken een Doopsgezinde
zusterkring is in Haren.
Fenna Tilstra-de Haan
Terug naar: Begin pagina Home