Wat geschiedenis van de Doopsgezinde Gemeente Haren

v                Enkele data uit de voorgeschiedenis van de gemeente en de bouwgeschiedenis van de kerk

v                Het verhaal bij de data, verteld door br. S.S.F. Hazewinkel

v                 Predikanten van 1945 tot heden

v                Een terugblik op 40 jaar Avondzusterkring, verteld door zr. Fenna Tilstra-de Haan

 

Enkele data uit de voorgeschiedenis van de gemeente en de bouwgeschiedenis van de kerk

Eerste wijkavond

30 november 1933

Oprichting (middag)zusterkring in Haren

november 1936

Oprichting kring Haren van de Doopsgezinde Gemeente Groningen 

november 1940

De kring wordt een zelfstandige gemeente

25 april 1958

Oprichting avondzusterkring

november 1966

Bouw pastorie

1960

Aankoop 'Vreehof'

november 1966

Opening kerkgebouw

3 februari 1968

Aanbouw 'Voorhof'

1980

Vernieuwing  interieur, bekroond met het kunstwerk van Ruud Bartlema

2004

Het verhaal bij de data, verteld door br. S.S.F. Hazewinkel (december 2006)

Op 30 november 1933 houden leden van de Doopsgezinde Gemeente Groningen hun eerste wijkavond in Haren. Een zondagschool start en in november 1936 richten zusters de Doopsgezinde Zusterkring in Haren op. In november 1940 wordt de kring Haren - met 86 leden - opgericht als onderdeel van de Gemeente Groningen en op 25 april 1958 wordt Haren - met 170 leden - een zelfstandige Gemeente.

 

Al eerder was sprake van het bouwen van een Doopsgezinde kerk in Haren: op 1 april 1949 werd daartoe de Stichting bouwfonds kerkbouw Haren opgericht. 

De Doopsgezinde leden in Haren kerken intussen om de veertien dagen in het Witte Kerkje van de Vereniging van Vrijzinnig Hervormden: een keer per vier weken ’s ochtends om 10 uur en een keer per vier weken ’s avonds om 7 uur. Het Witte Kerkje was in 1937 in gebruik genomen. Ook verscheidene Doopsgezinden hadden financieel bijgedragen aan de bouw.

Op 16 juni 1958 koopt de Doopsgezinde Gemeente Haren een bouwterrein op de hoek van de Weg voor de Jagerskampen en de Terborgsteeg. De Rotterdamse architect G.T.J. Kuiper krijgt op 9 november 1959 de opdracht een schets te maken voor een sober kerkgebouw - 200 zitplaatsen - op het aangekochte bouwterrein. Geschatte kosten van het bouwproject: f 120.000. Op 23 maart 1960 geeft de architect een eerste toelichting op zijn schetsplan en op 22 oktober 1960 volgt een tweede bespreking. De leden zien geen kans het bedrag op te brengen. Bovendien blijkt dat het bouwterrein erg klein is voor kerkbouw. Door het tekort aan ruimte zal men voor het betreden van de kerkzaal via een trap naar beneden moeten en voor het bereiken van de gemeenschaps-ruimten zullen de bezoekers een trap naar boven moeten nemen. Dit plan gaat dus niet door.

 

In de Gemeente spreekt men intussen over de bouw van een pastorie en op 19 april 1960 machtigt de ledenvergadering de kerkenraad een pastorie te bouwen aan de Weg voor de Jagerskampen nr 61.

De plannen voor een eigen kerk raken op de achtergrond totdat het in 1965 mogelijk blijkt om onder gunstige voorwaarden het huis en de grond te verwerven van het lid zr. E.E. Rode-Martens. Het pand de Vreehof, Middelhorsterweg 2, met ongeveer 13 are grond biedt de Gemeente de mogelijkheid om achter de Vreehof een kerk te bouwen. De kerkenraad licht de leden op 27 oktober 1965 in over deze plannen. De kerkenraad deelt de Gemeente tevens mee dat plannen om een kerk te bouwen op het terrein van de Stichting Menno Simonshuis niet te realiseren zijn.  Op 25 februari 1966 gaan de leden akkoord met verkoop van het terrein aan de Terborgsteeg en aankoop van de Vreehof plus grond.  De bovenverdieping van de Vreehof was in de periode 1951-1957 de woning van ds. C.E. Offerhaus.

 

De Gemeente gaat voortvarend te werk:

Een aantal leden neemt de Vreehof onderhanden, zodat bij het begin van de herfst de zondagsschool daar kan beginnen, evenals de zusterkring. De jongerenkring brengt later de bovenverdieping op orde, waarna de jongeren ‘bij Menno op zolder’ samenkomen.

Intussen bekijkt de bouwcommissie, die al vele jaren had klaargestaan, alle mogelijkheden en vraagt daarna, in overleg met de kerkenraad, aan architect J. Gunnink te Groningen om de plannen in tekening te brengen. De opdracht aan de architect luidt: ontwerp een kerkzaal voor zeker 150 kerkgangers - de Gemeente telt dan 191 leden - terwijl deze kerkzaal door een ruime vestibule, die de inspirerende naam ‘ontmoetingsruimte’ krijgt, verbonden moet zijn met de Vreehof. Daarbij moet er ook een kerkenraadskamer komen. Verder moet de architect rekening houden met de plannen van de burgerlijke gemeente Haren om in de zeer nabije toekomst langs de zijkant van de kerk een weg aan te leggen (de latere Nieuwe Stationsweg), die leidt naar een nieuwe halte van de NS en naar het bijbehorende grote parkeerterrein. Architect Gunnink, zelf van Gereformeerde huize, zet zich er voor in, ook tijdens de bouwvergaderingen, om een juiste indruk te krijgen van het Doopsgezind eigene. De kerk moet een besloten karakter krijgen, maar open staan naar de wereld. En verder stuurt de commissie aan op eenvoud, soberheid en doelmatigheid.

 

De pastorie staat na het vertrek van ds. G. de Groot in 1964 leeg en dat brengt enkele leden op de gedachte om in de woonkamer van de pastorie experimentele kerkdiensten te houden.

In 1966 komt ds. M. Keyser naar Haren. Haar intrededienst vindt op 16 oktober plaats in de oude Nederlands Hervormde kerk in het centrum van Haren.

In november 1966 start Zusterkring II, de avondzusterkring.

In april 1967 gunt de Gemeente de bouw van de kerk aan aannemer De Jong uit Groningen.

In juli 1967 vindt in Amsterdam het Doopsgezind Wereldcongres plaats. Thuisblijvende leden volgen op zondagochtend een deel van het congres via een in de Vreehof opgestelde televisie.

In oktober 1967 stuurt de kerkenraad aan alle leden en belangstellenden een brief:

De totale kosten van de pastorie (f 51.000), verbouwing Vreehof (f 45.000) en kerkbouw plus inrichting - maar zonder orgel - (f 144.000) bedragen f 240.000. De leden droegen al ruim f 100.000 bij. De A.D.S. draagt f 20.000 bij en het Rijk f 48.000.

In totaal moet de Gemeente eind 1967 nog een bedrag van f 50.650 bijeen zien te brengen.

 

Op 3 februari 1968 is de opening van het nieuwe Doopsgezinde kerkgebouw in een feestelijke dienst waarin ds. Keyser voorgaat.

In april 1968 houdt de Gemeente onder de leden een enquête. Driekwart van de leden stelt een kruisteken in de kerk op prijs. Een doopschaal hoeft niet zichtbaar in de kerkzaal aanwezig te zijn en de preekstoel dient bij voorkeur aan de korte kant geplaatst te worden. ‘Nu wij een ontmoetingshal hebben is het mogelijk dat wij elkaar voor en/of na de dienst kunnen spreken. Bent u van mening, dat in de kerk zelf voor de dienst niet onderling gepraat zou moeten worden ter voorbereiding op de dienst?’ vraagt de enquête. ‘Ja’ antwoordt ruim tweederde van de leden. (Maar het is nooit tot een stilte voor de dienst gekomen…)

 

De Doopsgezinden, Gereformeerden, Hervormden, Vrijzinnig Hervormden en Rooms-Katholieken in Haren ondertekenen op 31 augustus 1969 in de Doopsgezinde kerk het ‘Statuut’, waarmee de oprichting van de Harener Raad van Kerken een feit is.

Op 14 januari 1970 overlijdt zr. E.E. Rode-Martens. In overleg met ds. Offerhaus heeft zij de Doopsgezinde Gemeente Haren tot haar enige erfgenaam benoemd.

In 1970 bereikt de Gemeente een record aantal leden: 231. Daarbij komen nog belangstellenden, 10 catechisanten en 44 zondagschoolkinderen.

 

Van 1978 af verhuurt de Gemeente de benedenverdieping van de Vreehof aan een maatschap van fysiotherapeuten. Een van deze fysiotherapeuten is de organiste van de Gemeente, mevrouw M.J. Niemeijer-Nieuwenhuijse.

In 1980 bouwt de Gemeente onder leiding van br. R. Brandsma een zaal gelegen voor de ‘ontmoetingsruimte’ van het kerkgebouw. Deze zaal, waarvan onder meer de beide zusterkringen gebruik maken, noemen de leden ‘de Voorhof’.

In 1993 verkoopt de Gemeente de pastorie: de toenmalige predikant, ds. F.R. Fennema, woont in de stad Groningen en het aanhouden van een pastorie acht de Gemeente niet noodzakelijk.

De opbrengst - f  256.500 - stort de Gemeente in een ‘predikantsplaatsreserve’.

 

Gestimuleerd door ds. M.L. Bruggen houdt de Gemeente zich bezig met het praten over vernieuwingen in de kerkzaal. Tenslotte is er sinds 1968 nauwelijks wat aan de inrichting veranderd. Opnieuw houdt de Gemeente - in 1999 - een enquête onder de leden. Uiteindelijk besluit de Gemeente tot een inrichting die uitgaat van de gedachte ‘de Gemeente komt samen rond de tafel’. De kansel wordt vervangen door vier aaneengeschoven tafels die samen een grote ovaal vormen met daarop een lezenaar. Deze ovale tafel staat aan de lange kant van de kerkzaal. Op de tafel ligt naast de geopende bijbel het gedachtenisboek met de namen van en herinneringen aan leden die de laatste jaren zijn overleden. Verder staan een vaas met bloemen en een kaars op de tafel. Er komen nieuwe stoelen en nieuwe gordijnen. Het grote houten kruisteken verdwijnt uit de kerk. Het kruisplastiek dat de architect en de bouwers in 1968 aan de Gemeente schonken, verhuist nu uit de kerkenraadskamer naar een plaats aan de wand achter de tafel.

Na iedere kerkdienst kunnen de kerkgangers koffie of thee drinken in de kerkzaal. De kerkzaal en het nieuwe meubilair lenen zich niet alleen uitstekend voor het houden van kerkdiensten en vergaderingen, maar ook voor bijeenkomsten van de Gemeente zoals het Paasontbijt. In dat geval gaan de tafels uit de Voorhof naar de kerkzaal.

Van april 2004 af bedekt een kunstwerk van de kunstenaar/theoloog ds. Ruud Bartlema een groot deel van een van de korte wanden van de kerkzaal. Het kunstwerk stelt de zeven scheppingsdagen voor, uitgebeeld in de vorm van een zevenarmige kandelaar.

De Voorhof wordt grondig gemoderniseerd en ook de bovenverdieping van de Vreehof wordt aangepakt. Waar vroeger ‘bij Menno op zolder’ was huist nu de opbloeiende zondagsschool.

De 74 leden en 34 belangstellenden (cijfers 2006) ervaren al deze veranderingen, waar de leden van de Gemeente enkele jaren intensief bij betrokken zijn, als verbeteringen.

 

Bronnen: onder meer ‘Herinneringen’ door zr. N.M. Wartena en archief van de Doopsgezinde Gemeente Haren, beheerd door br. S. Koorn

 

Predikanten van 1945 tot heden

 

Ds. A.H van Drooge  

1946 - 1951

Mevrouw ds. C.E. Offerhaus  

1951 - 1957

Ds. G. de Groot  

1958 - 1964

Mevrouw ds. M. Keyser  

1966 - 1988

Ds. F.R. Fennema (van augustus 1996 tot medio 2009 broederschapspredikant)  

1988 - 1996

Mevrouw ds. M.L. Bruggen (thans predikant voor de broederschapshuizen)  

1996 - 2003

Mevrouw H.P. Kieft-van der Sande (pastoraal werker)  

2000 - 2011

Ds. Kl. van der Werf  

2005 - heden

Een terugblik op 40 jaar Avondzusterkring, verteld door zr. Fenna Tilstra-de Haan (februari 2007)

Op 1 december 1966 vond de eerste bijeenkomst van de Avondzusterkring plaats. Ds. Keyser had haar intrede gedaan in Haren, de verhuisdozen waren nauwelijks uitgepakt, of zr. Els van der Zwaag stond op de stoep met de woorden: “Dominee, ik vind dat er een tweede zusterkring moet komen voor de jonge vrouwen.” En zo kwamen 9 zusters bijeen op de eerste december. Een van deze zusters van het eerste uur was zr. Lidy Woudsma-Lutgendorp. Op de tweede bijeenkomst was daar zr. Marie Kuipers-Prins uit Zuidlaren. Deze twee zusters zijn veertig jaar lid en hebben allebei bestuursfuncties vervuld: zr. Woudsma afwisselend secretaresse en penningmeesteresse (tot nu toe) en zr. Kuipers eerst als secretaresse en vele jaren als voorzitster. Bij de jublieumviering op 4 februari hebben we deze twee vrouwen, die de zusterkring hebben gedragen, in de bloemetjes gezet.

 

De eerste bijeenkomst stond o.l.v. ds. Keyser en zij hield een inleiding over het doel van een zusterkring.

1.      Verdieping van het persoonlijk geloofsleven

2.      De zusterkring als voorportaal van de gemeente: thema’s behandelen op godsdienstig, politiek en maatschappelijk terrein

3.      Dienstbaar zijn aan de gemeente

4.      Oecumenische contacten leggen met andere vrouwengroepen in Haren

 

Ik denk dat we nog steeds achter deze uitgangspunten staan. Alleen met de oecumenische contacten is, zeker de laatste decennia, weinig gedaan. In de eerste jaren vormde de rubriek ‘Oecumene’ een vast punt op de agenda. Om de beurt verzamelden de zusters oecumenisch nieuws in de vorm van krantenknipsels. Het was de begintijd van de oecumene. De eerste gastarbeiders kwamen naar ons land. De Islam deed zijn intrede.

Om de oecumene gestalte te geven, werden predikanten van de verschillende kerken in Haren uitgenodigd om over hun kerk en geloof te praten. Ook de Middagzusterkring en de bijbelkring werden dan uitgenodigd. Zo kwam dominee Van Wijnen vertellen over Vrijzinnigheid en als dank voor zijn lezing kreeg hij een doos sigaren! Ook de veranderingen binnen de Katholieke kerk kwamen aan de orde.

 

Er zijn bijeenkomsten geweest, over en weer, met de Zusterkring in Groningen, met de kring Zeerijp-Zijldijk en de jonge kring Haren ging op bezoek in Emmen. Volgens het verslag waren de dames pas om 23.45 uur terug in Haren!

Er was een plan de respectievelijke echtgenoten 2x per jaar uit te nodigen. Enkele keren kwamen de mannen meepraten. Dit heeft niet zo lang stand gehouden.

De avonden werden meestal verzorgd  door de eigen leden en ds. Keyser was de grote inspirator. Over het algemeen waren het vrij zware onderwerpen en, ook door het kleine aantal leden, werd er veel gediscussieerd. Ik las in een verslag: “het was allemaal erg moeilijk en er werd veel doorelkaar heen gepraat!”

In de eerste notulen worden de namen vermeld met mevrouw, dus mevrouw Woudsma en mevrouw Kuipers. Later werd dit zr. Woudsma en de laatste jaren soms alleen de voornaam.

Op 22 februari 1968 kwamen beide zusterkringen bijeen in het nieuwe kerkgebouw en ook de zusters van Groningen waren voor deze gelegenheid uitgenodigd. Als geschenk namen ze een pakketje theedoeken mee! Heel welkom, zo’n praktisch cadeau in 1968.

 

Drie jaar na de oprichting waren de leden pessimistisch gestemd over het voortbestaan van de kring. De opkomst was ronduit slecht, soms maar 5 leden. Het waren jonge moeders, soms was er een kind ziek of manlief had een vergadering en dan was er geen oppas.

Men besluit leden te werven via persoonlijke bezoekjes. Ook besluit de kring zich meer praktisch op te stellen. Er gaat een brief uit naar de kerkenraad, met het voorstel maandelijks een koffieuurtje te organiseren na afloop van de dienst. Ook vraagt de kring geld voor het opknappen van de Vreehof. De kerkenraad reageert positief. De Huishoudelijke Commissie wordt ingesteld. De Vreehof wordt geschilderd door de Jongerenkring en zr. Dassel ontwerpt een wandkleed, waar de zusters vele avonden gezamenlijk aan hebben gewerkt. Ook komen er nieuwe gordijnen. De kleine kring heeft in de eerste jaren ook bijeenkomsten gehouden ‘op zolder’, de ruimte die nu in gebruik is als zondagsschool­kamer.

 

Een bloemlezing aan onderwerpen uit de eerste jaren:

*Moet een christenvrouw aan politiek doen; *Godsdienstige opvoeding; *Sexuele opvoeding;

*Ontwikkelingshulp; *Milieuhygiene; *Nieuwe levensstijl; *Euthanasie; *Vivisectie; *Vredesweek en IKV;  *Kernbewapening; *Open gemeentemodel en *Stad op de berg.

U ziet: alle items van de 70er-jaren kwamen aan bod.

Maar ook: *Cultuuroverdracht in het gezin; *De vrouw in de kunst; *De taak van de predikant, hoe bereiken we de slapende leden en voert de kerkenraad beleid en wat merken we ervan?  

O.l.v. Antoinette Craandijk worden geregeld nieuwe liederen ingestudeerd om te zingen in speciale diensten.

 

Een onderwerp dat veel stof doet opwaaien, is de diaserie: Mieke, ben je er nog.

Mieke is huisvrouw, haar man werkt hele dagen en de achtjarige dochter zit op school. Naast het huishouden sport Mieke veel, maar ze is niet tevreden met haar bestaan. Dan kan ze de kantine in de sporthal pachten. Mieke is meteen heel enthousiast en slaat aan het rekenen. Er moet wel geïnvesteerd worden. Haar man zegt: “Nee, geen sprake van, daar steek ik geen geld in.”

Wat een discussie barstte er los: “Wie moet er dan koken.”  “Wat ongezellig voor die man,” enz. Tien jaar later zijn de dia’s opnieuw vertoond. De meningen zijn intussen wat genuanceerder. Toch zegt er iemand: ”Wat een drammer van een vrouw” En een ander: “Ik ben blij met mijn baan buitenshuis, naast het huisvrouw zijn.”

 

Heel veel boekbesprekingen zijn er gehouden: over Menno Simons en Maarten Luther, Winnie Mandela, Maarten Luther King, Johann Sebastian Bach, Elie Wiesel, Bonhoeffer, Annie Mankes-Zernike, Henri Nouwen en nog heel veel meer.

En dan de reisverhalen, al of niet met dia’s of een video. Zusters namen ons mee naar Oost-Europa en Rusland, Amerika, Canada en Nieuw-Zeeland, Scandinavie, Finland en de Noordkaap, Israel, Indonesie en Zuid-Afrika. En nog steeds zijn we niet uitgereisd. Morgen vertrekt er een van ons naar Nieuw-Zeeland en volgende maand gaat een zuster naar Vietnam!

 

Ik noem nog wat onderwerpen uit latere jaren: *Haren-Kirambo, *Ouder worden, *New-Age, *Bloemen en planten in de bijbel, *Heeft het gezin nog toekomst, *Islam, *Opnieuw op zoek naar geloof en inspiratie, *Het gebed, *Creatief met taal, *Armoede in Nederland, *Taize, *Respect, *de Koran, *Iconen, *Groninger Gasthuizen, *de Broederschapshuizen Elspeet en Fredeshiem, *Herinneringskamp Westerbork, *de Mattheus Passion.

De laatste jaren worden we wat consumptiever: steeds vaker wordt er een inleiding gehouden door iemand van buiten de kring. Dit heeft te maken met de groei van de zusterkring en het ouder worden van de leden.

 

Projecten en goede doelen.

Al vanaf 1970 heeft de Avondzusterkring een spaarpotje, bestemd voor de Vrouwenzendingshulp. Dan zijn er vele babypakketten gemaakt en kaarten geschreven voor Amnesty International, ten behoeve van vrouwelijke gevangenen. In 1999 is een rommelmarkt gehouden om bij te dragen aan de kosten van de herinrichting van de Voorhof.

 

Advent- en paasvieringen

Ieder jaar is er in eigen kring een paasviering, verzorgd door enkele leden.

De adventsavond wordt al vele jaren samen met de gemeente gevierd, georganiseerd door de zusterkring, eerder door de beide zusterkringen. Af en toe is er een kerstspel opgevoerd: Vrouwen bij de put, in 1973, met ook een uitvoering in Groningen. Drie wijzen uit het westen, Wij vrouwen van Bethlehem en De achtste dag, in 1998.

 

Wandelingen en reisjes

Het seizoen wordt in mei afgesloten met een wandeling, die helaas de laatste jaren korter wordt. Zo wandelden we vele malen in Haren, maar ook in Groningen, Paterswolde, Norg, Zuidlaren, Gasselte en Tynaarlo.

Eind augustus of begin september is er HET REISJE. De zusters vertrekken per auto naar een onbekende bestemming, een bestemming alleen bekend bij de twee organisatoren van de dag.

Alle bezienswaardigheden in Groningen en vele bestemmingen in Drenthe en Friesland zijn intussen met een bezoek vereerd. Oud-leden werden bezocht in Grou, Hindelopen, Harlingen en op Texel. Een vaste traktatie gedurende vele jaren: De pruimen van Fiep. De dag eindigt altijd met een gezellig etentje.

                         

Hoogtepunten in het bestaan van de Avondzusterkring zijn de viering van het 10-jarig bestaan op 2 februari 1977, met oud-leden, afgevaardigden van de Middagzusterkring en kerkenraad. Bij die gelegenheid hield zr. Ledeboer-Bitter een lezing, getiteld: De vrouw in de maatschappij - toen en nu : over de emancipatie van de vrouw. Ook mannen hebben zich ingespannen voor de emancipatie van de vrouw, zoals professor Van Oven. Een gezegde uit die tijd luidt: “Wat Drees is voor de oudjes, is Van Oven voor de vrouwtjes”.

Op zondag 23 november 1986 vierden we 50 jaar Middagzusterkring, 20 jaar Avondzusterkring en 20 jaar ds. Keyser in Haren. Een feestelijke dag, met een maaltijd hier in de kerk, verzorgd door de Jongerenkring.

Het 25-jarig en 30-jarig bestaan werden in eigen kring gevierd met een gezellig programma.

 

Nu bij het 40-jarig jubileum wil ik ook de namen noemen van de zusters, die zijn overleden en wel:

Zr. Homan, Kea Wolf, Wikjen Zwart, Lotte Kooistra, zr. Dubois, Truus Daalman, Tine Jansen en Fiep Bakker. Ze hoorden bij onze kring en ze worden gemist.

 

Ieder jaar bezoeken zusters van de kring Haren de regionale Studiedag, de Federatiedag van zusterkringen in het GDS-gebied en de tweedaagse Elspeetconferentie van de LFDZ.

 

In 1999 kwamen de laatste leden van de Middagkring naar de Avondkring en wel zr. Klamer, zr. Jansen en zr. Haaijer, die al enkele jaren lid was van beide kringen.

Momenteel zijn zes leden van de gemeente Groningen lid van de zusterkring in Haren.

 

Tot slot: sinds september 2006 is de avondkring een middagkring. Een bloeiende kring van 25 vrouwen, de grootste zusterkring in het GDS-gebied. De onderlinge band is hecht en warm. Velen zijn actief binnen de gemeente, voor anderen is de zusterkring de enige band met de gemeente. Op 4 februari hebben we het 40-jarig jubileum van de Avondzusterkring gevierd; blijft het feit, dat er sinds 1936 - dus 70 jaar lang -  onafgebroken een Doopsgezinde zusterkring is in Haren.

 

Fenna Tilstra-de Haan

 

Terug naar:  Begin pagina    Home